It takes both rain and sunshine to make a rainbow

We gaan met elkaar door een lastige tijd. “De anderhalvemetersamenleving”, het woord gaat ongetwijfeld de Van Dale halen, of in ieder geval een oudejaarsconference. We zijn het zat, we zijn moe, eenzaam, we voelen ons geremd in het vasthouden van elkaar, moeten soms met lede ogen aanzien hoe een dierbare door een rouwproces heen gaat, zonder dat we mogen knuffelen – onze liefdestaal mogen uiten.

Toen ik deze mooie tekst onder ogen kreeg, dacht ik: misschien werkt het wel zo. We waren gewend aan nabijheid, aan elkaar ontmoeten, vasthouden, overvloed. Zoveel zonnestralen, waar je, als je niet uitkijkt, ook maar zo aan gewend raakt.
We zitten nu in een “regentijd”, een tijd van eenzaamheid, verdriet, armoede. Een tijd die echt zwaar is, zeker als je in de zorg werkt of bang bent voor een zieke dierbare of je eigen gezondheid.

Laten we de momenten die er wél zijn, extra op waarde (gaan) schatten. En laten we er zijn voor die ander die het moeilijk heeft! Wees dat zonnestraaltje voor de ander!

Als je een regenboog ziet (het teken van trouw, van veelkleurigheid, van betrokkenheid op elkaar) weet dan: het komt goed!
Er komt weer een tijd aan van knuffelen, vasthouden, feestvieren!

Voor u gelezen #6

Deze keer heb ik mij verdiept in het boek “confettiregen” van Splinter Chabot. Een openhartig, eerlijk boek over zijn zoektocht naar zichzelf en hoe hij daarin zijn omgeving mee wilde nemen.
De struggles die hij ervoer in het “anders” zijn en wat het hem kostte om zijn weg te vinden. En ook wat het hem uiteindelijk opleverde: een blije confettiregen!

Een mooi boek, waarin je je als zoekende jongere erg zult herkennen, maar waarin ouders ook iets kunnen lezen over het belang van hun accepterende houding. Splinter omschreef treffend dat hij bij ieder moment dat er bijv op tv gesproken werd over anders-geaarden hij zelfs op het optrekken van de wenkbrauwen,  ieder zuchtje en iedere veelbetekenende blik lette van zijn ouders en broers. Alles om maar te proberen in te voelen hoe zijn omgeving zou reageren op zijn “uit de kast”-komen. Heel herkenbaar. Heel pijnlijk ook. Zelfs in het alles-moet-kunnen nest waar hij uitkomt, voelde het niet veilig zichzelf uit te spreken. En zo prachtig onroerend beschrijft hij het moment waarop dat wél kan.

Een aanrader! Misschien wel iets voor op de verplichte boekenlijst voor de middelbare school?

Black lives matter

Onlangs had ik een prachtig en open gesprek met twee jonge meiden. Twee jonge meiden die mij vertelden hoe ontzettend actueel en belangrijk het is dat we opkomen voor onze medewereldburgers die – nog steeds – discriminatie om hun huidskleur ervaren! Ja, ook in deze tijd, in ons land!

Het is schrikbarend hoe snel wij mensen in hokjes denken, invullen voor een ander, kwetsende dingen zeggen en mensen voortrekken dan wel achterstellen. Hoe snel er kwetsende grapjes gemaakt worden als ‘jij hoeft je niet te schminken voor Zwarte Piet’, gezegd wordt ‘ga terug naar je eigen land’, ‘je bent zeker geadopteerd’, of ‘wat spreek je goed Nederlands!’ Hoe vaak het voorkomt dat jonge meiden en jongens niet worden uitgenodigd voor een baan vanwege hun exotisch klinkende voor- of achternaam. Hoe vaak pubers met een migratieachtergrond zich er niet helemaal bij voelen horen als ze op een overwegend witte school of in een overwegend witte kerk zitten.

De jonge meiden met wie ik sprak, zijn opgegroeid in een bicultureel gezin in een grote stad. Zelfs in die hele grote, multiculturele stad, hebben ze zúlke kwetsende dingen aan moeten horen! Ik schaam me plaatsvervangend als ik zulke beledigende teksten hoor. En wat moet je een power hebben om niet verbitterd te reageren of cynisch te worden. En wat moet je soms knokken voor een stuk bewustwording en erkenning door witte vrienden, familieleden, collega’s en kennissen.

Éen van hen verwoordde een deel van het probleem zo: je bent je als witte Nederlander vaak helemaal niet bewust van het ‘white privilege’. Het feit dat het je NIET moeilijker gemaakt wordt vanwege je huidskleur.
De spijker op zijn kop. Want ook ik denk weleens: ‘het valt toch wel mee? We leven toch in een multiculturele samenleving met ruimte voor diversiteit?’
Ik ben een vrouw, niet-hetero, gelovig, met deels joodse roots en heb echt wel op bepaalde plekken discriminatie ervaren.
Maar ik ben blank. Ik ben nog nooit afgewezen voor een sollicitatiegesprek vanwege mijn huidskleur. Ik heb geen rare vooroordelen ervaren in de wijk waar ik woon. Geen schuwe blikken als ik met mijn 1.86 in het donker voorbij liep. Mij is het NIET moeilijker gemaakt in het leven vanwege mijn huidskleur. En ik kan dus ook niet invoelen hoe dat wel moet voelen.  Als je jezelf maar steeds moet bewijzen omdat je niet wit bent.
Maar ik kan wél luisteren en erkenning geven aan zij die dat wel ervaren. En naast deze meiden, jongens, mannen en vrouwen gaan staan. Hand in hand. Samen tegen racisme.

Ik kwam even in conflict met mezelf toen ik vervolgens het gesprek wilde voeren over ‘witte mensen’ en… eh… eh… “wat zeg ik dan, kleurlingen, gekleurde mensen..?” De feedback die ik kreeg: stel liever de vraag: hoe wil je dat ik je aanspreek, hoe wil je genoemd worden. Het is geen domme vraag, het is dommer om in te vullen voor de ander of er maar omheen te praten.

En: bij dezen ook mijn oprechte excuses voor door mij gemaakte stomme opmerkingen, onhandige en kwetsende uitlatingen. Ik vraag géén excuses voor domme vragen, want die bestaan niet, maar wel voor onnadenkendheid en gebrek aan invoelend vermogen.

Lieve mensen, we zijn allemaal medelanders! Koester elkaars (culturele) erfgoed, wees er nieuwsgierig naar, zuinig op en zie elkaar als gelijke! En wees een beetje lief voor elkaar!

Het (tijdelijke) nieuwe werken

Sinds het uitbreken van de coronacrisis, eigenlijk vooral sinds de “intelligente lockdown” voer ik mijn gesprekken met de cliënten via diverse beeldbelprogramma’s. Eerst moest ik er erg aan wennen en kostte het werk me erg veel energie, maar ik moet zeggen dat er ook mooie, onverwachte kanten aan zitten. Zo zit je “ineens” bij een gezin aan de keukentafel, komt er een zoon of dochter (die je alleen kent uit verhalen) ‘hoi’ zeggen, hangt er een mooie foto van een overleden huisdier in beeld, en kom je echt tot andere gesprekken omdat de huisgenoten zich vrijer voelen om “echte” gedoetjes te laten zien tijdens het gesprek.

Onlangs had ik een mooi gezinsgesprek waar ik de duplo weer even kon laten ‘spreken’. Én het e.e.a. uit het boek van mijn collega Jacqueline Tournier (jij en stress, een hersenles) kon visualiseren. Voor de geïnteresseerde: in het boek legt Jacqueline de werking van emoties uit met een aantal dieren. De neocortex, ofwel de uil, het lymbische systeem oftewel de dolfijn die symbool staat voor de emoties en de hersenstam, ofwel een krokodil die zijn tanden laat zien, bevriest of zichzelf onder water laat verdwijnen (meer info: www.flowingrow.nl). De kunst is: weet je welk krokodillengedrag je laat zien, weet je welke emoties er allemaal zijn en kun je daar voor leren zorgen?

En tóch kan ik niet wachten tot ik mijn cliënten weer in het echt kan zien!

Het kostte even wat creativiteit om te zorgen dat zowel de poppetjes als ikzelf in beeld waren 🙂

Voor u gelezen: ruziemaken, een hele kunst

In deze bijzondere tijd krijg je soms uit onverwachte hoek een kadootje. Neem nou dit boek, gratis aangeboden door de schrijfster! Ik heb haar natuurlijk een blogje als bedankje beloofd, want dit is superlief!

Het boek “ruziemaken, een hele kunst” is geschreven om goed in gesprek te gaan met kinderen over het omgaan met ruzie. Zowel in het algemeen als in een (v)echtscheidingssituatie. Het boek bevat uiteenlopend materiaal en oefeningen. Twee verhalen om met je kinderen te lezen en aan de hand hiervan in gesprek te gaan over ruziemaken, het doel ervan en wat ruziemaken kan kosten en opleveren. Tips voor ruziemakende of scheidende ouders over gezond ruziemaken (waar de kinderen bij zijn) en het voorkomen van loyaliteitsproblemen, uitleg over rouw bij scheiding en als klap op de vuurpijl een heel deel over geweldloze communicatie. Mét een toepassing voor kinderen, zowel in het gezin als op school.
De kracht van dit boek vind ik de toegankelijke manier van het aanreiken van de theorie en de vertaling naar de praktijk. Ouders kunnen hier zelf mee aan de slag, maar ook therapeuten kunnen de oefeningen en verhalen gebruiken met kinderen en hun ouders.

Met dit boek leer je dat ruziemaken een kunst is, en als je goed leert ruziemaken dat je dat helpt – nu en later!